De roos als stuifmeelleverancier, niet alléén voor bijen!

De aaibaarheid van bijen is groot. De bij heeft het moeilijk, bijensterfte, de bij… de bij. Het is zó jammer, dat door het algemene beeld dat bijen het moeilijk hebben, de rest van de insecten vaak vergeten worden. Daarnaast: bij bijen denken we vrijwel altijd aan honingbijen, maar bijna nooit aan de solitaire wilde bijen, zweefvliegen of andere vliegen: onbekend maakt onbemind.

Zweefvliegen. Dat onbekende, dat valt voor de zweefvlieg nogal mee. De algemene zweefvliegsoorten zijn geel met bruine of zwarte streepjes. Ze lijken daardoor op een bij en krijgen dan al gauw het voordeel van de twijfel. Behalve het feit dat van veel zweefvliegsoorten de larven échte bladluisbestrijders zijn, zijn zweefvliegen bovenal bestuivers. Zo is de menuet zweefvlieg heel herkenbaar, door zijn dikke dijbenen, maar leven haar larven vooral van organisch afval. Dus niet van bladluizen, maar daarom niet minder nuttig. Als er plantaardige rozenmest op de rozenpotten liggen, zitten daar vaak larven van de menuet zweefvlieg onder.

De blinde bij (zweefvlieg!) is ook zo een voorbeeld: perfecte bestuiver, maar de larven leven in stilstaand, zuurstofarm water, holle boomstronkjes en stilstaande poeltjes. De larven hebbe een lange adembuis waarmee zij boven water adem kunnen halen. Maar hun voedsel vinden ze wél onder water. Wederom nuttig, allebei, maar géén bladluizeneters. Daarvoor moet je toch echt bij bijvoorbeeld de bandzweefvlieg zijn.

Maar er zijn nog meer vliegen… Wat dacht u van de sprinkhaanvlieg? Dát is pas een speciale! Zo op het eerste oog een beetje saai… een grijs streepjespak. Maar niets is minder waar. Deze vlieg legt haar eitjes in de ei-pakketten van treksprinkhanen. De larven komen uit en doen zich tegoed aan de eitjes. Daarmee is het een belangrijke bestrijder van treksprinkhanen. Alles goed en wel hoor ik u denken: maar hier komen geen treksprinkhanen voor? dat klopt. En daarmee is het voorkomen van de sprinkhaanvlieg een raadsel. De exemplaren die we in Nederland en België tegenkomen zien er ‘vers’ uit en dat pleit voor het feit dat ze misschien hier geboren zijn. Het voorkomen van mannetjes en vrouwtjes op één plek doet hetzelfde vermoeden: maar de Afrikaanse treksprinkhanen komen hier niet voor. De Europese treksprinkhaan kwam vroeger verspreid door heel Europa voor, ook in Nederland, maar is nu verdwenen uit West-Europa. Er is een vermoeden dat onze (waarschijnlijk) Nederlandse sprinkhaanvliegen dus een andere sprinkhaansoort als prooi hebben gekozen. Rozenkwekerij de Bierkreek is niet écht een sprinkhaan-rijk gebied. We vinden er verschillende soorten, maar ook niet in gek grote aantallen. Afwachten dus, maar ondertussen genieten we van het voorkomen van de sprinkhaanvlieg die zich tegoed doet aan het stuifmeel van open arms. Een echte ‘insectenroos’!

Tagged , , , , ,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *